Toon alle feestdagen

Menu

  1. Geschiedenis
  2. Buitenland
  3. Plaatsnamen

Komende 5 dagen

29 juni
Veteranendag
01 juli
Dag vd Architectuur
17 augustus
Sint Juttemis
20 augustus
Hartjesdag
21 augustus
Het Offerfeest

Het hele jaar door

Carnaval - 3 maart 2019

Geschiedenis van Carnaval

Bookmark and Share

Een verklaring voor het woord 'Carnaval' komt van de Italiaanse woorden 'carne vale', wat 'vaarwel aan het vlees' betekent. De Carnavalstijd gaat namelijk vooraf aan de Rooms-katholieke vastentijd en in de vastentijd aten de mensen geen vlees. Andere verklaringen komen eveneens uit het Italiaans en is afkomstig van 'Carnem Levare', wat zoiets betekent als 'de opvrolijking van het vlees' (waarbij het vlees synoniem is voor de mens) en het was al vanaf 965 na Chr. één van de dagen waarop de pacht moest worden betaald.

Er wordt aangenomen dat Carnaval zijn oorsprong vindt in Rooms-katholieke kringen, er zijn echter ook bronnen die beweren dat de oorsprong in voorchristelijke tijden gezocht moet worden. Men geloofde in die tijden in demonen. Deze moesten verjaagd worden zodat ze de ontwakende natuur geen schade konden toebrengen. Dit verjagen deden de mensen door verkleed en met maskers op door de velden te trekken. Hierbij maakten ze veel lawaai met behulp van bellen, pannen en andere attributen.

In de Middeleeuwen gebruikte men de tijd tussen Driekoningen en het begin van de lijdenstijd als een tijd om zich te bevrijden van hun zonden en slechte eigenschappen. Ook hier deden ze dit door zich te verkleden en maskers te dragen. Ook werd er een blauw schip rondgevoerd, het 'Carrus Navalis'. De kleur blauw stond in die tijd voor schijn, parodie en lichtzinnigheid.

Vastentijd
Deze tijd duurt 40 dagen. Het getal 40 is in een heilig getal dat in de bijbel staat voor een getal van volheid, die de duur aangeeft voor een periode van bezinning, zuivering en boetedoening voordat men zich wijdt aan de herdenking van het lijden van Jezus.  De vastenperiode omvat 6 weken en 4 dagen omdat op zondagen niet wordt gevast. De mensen moeten dan sober leven en eten. Het gebruik om in vastentijd geen vlees te eten heeft te maken met het feit dat de armen zich vroeger geen vlees konden veroorloven, maar wel vis omdat ze dat zelf gratis konden vangen. De kerk bepaalde dat iedereen, dus ook de rijken, uit solidariteit vis moesten eten. Het Carnavalsfeest werd op de avond of nacht voor Aswoensdag gevierd.

Ontstaan van Carnaval in Nederland
Vanuit het Rijnland (Duitsland) kwam Carnaval langzaam Nederland binnen. In 1839 werd in Maastricht door welgestelde burgers een Narrengilde opgericht, Sociëteit 'Momus' genoemd. Het verenigingsleven stelde zich vooral op dwaasheid. Er werd heel erg veel in dialect gesproken, wat terug te vinden is programmaboekjes, advertenties en spreuken in optochten. Momus kreeg een eigen 'tempel' aan het Vrijthof in Maastricht. Het getal 11 (het 'gekkennummer') werd erg belangrijk; het reglement bestond uit 11 artikelen, de leden mochten maar 11 flessen drank consumeren, alle tijdsbepalingen eindigden met 11, de maten van het pand van Momus waren verweven met 11 en het Momuskanon kondigde de Vastenavond met 11 schoten aan.

Na de Tweede Wereldoorlog heeft het Carnaval zich sterk uitgebreid naar de rest van Nederland, vooral Noord-Brabant. Er zijn wel verschillen ontstaan in de verschillende delen van Nederland wat betreft het vieren van Carnaval. In Limburg wordt Prins Carnaval elk jaar opnieuw uitgeroepen, terwijl in Brabant de Prins meerdere jaren op zijn plek blijft. In Limburg groeten de mensen elkaar met de rechterhand schuin naar links, voor het gelaat. In Brabant groeten de mensen elkaar door in de neus te knijpen. In Limburg is de rol van de 'buuttereedner' (humorist tijdens zittingen en bonte avonden) erg belangrijk. Zo zijn er tegenwoordig zelfs kampioenschappen. In Brabant wordt deze humorist de 'tonpraoter' genoemd. In Limburg begint het Carnavalsseizoen de 11e van de 11e.